De kaart

 

De korte route (rood)  zonder bezoek aan het het monument van de Pilgrim Fathers is ruim 5 km lang en duurt ongeveer anderhalf uur. De lange route (rood en groen) is met bezoek aan het monument en duurt zo’n 20 minuten langer.

We starten onze route bij Ichthusboekhandel, Nieuwstraat 27, vlak naast het Pilgrimmuseum.

1. Het Pilgrimmuseum

Op de hoek van de Nieuwstraat en de Beschuitsteeg vindt u het Pilgrimmuseum. Het pand stamt uit 1365.

De Amerikaanse kunsthistoricus Jeremy Bangs heeft dit pand in 1997 gekocht om er een museum van te maken. In het Pilgrimmuseum staan meubels, huisraad en andere attributen uit de periode dat de Pilgrims in Leiden woonden.

Ook vindt u er een grote collectie boeken. Een aantal exemplaren van deze boeken hebben de Pilgrims meegenomen naar de Nieuwe Wereld.

We lopen de Beschuitsteeg uit en gaan aan het eind van de steeg naar rechts; vervolgens gaan we linksaf de Koornbrug over.

2. Koornbrug

Koornbrug

De Koornbrug

Leiden heeft geen centraal marktplein, zoals de meeste andere steden in Nederland. Sinds de 11een 12eeeuw wordt er aan de oevers van de Rijn markt gehouden.

Onder deze brug lagen de boten met koren, vandaar de naam Koornbrug. Het koren bleef zo droog bij slecht weer.

Twee per keer week is er nog steeds een warenmarkt langs de Rijn. Let u op de straatnamen: links de Botermarkt, rechts de Vismarkt.

Ook de wol voor de lakenindustrie werd met huid en haar aangevoerd per schip.

Het standbeeld bij de brug van de lakenverkoper is één van de drie standbeelden in de stad die marktlui uitbeelden. Een standbeeld van een visverkoper vindt u aan het begin van de Botermarkt. Een derde standbeeld van een bloemenverkoper staat op de Hoogstraat, op de Visbrug bij de Waag.

We gaan rechtsaf langs de Nieuwe Rijn. We lopen rechtdoor en zien links het Stadhuisplein met de achterkant van het stadhuis.

Het  middeleeuwse stadhuisgebouw is in 1929 afgebrand, en in de jaren ’30 vervangen. De voorgevel aan de kant van de Breestraat is tijdens de brand bewaard gebleven. Hier zullen we op het eind van de route langskomen

We lopen door tot we aan de linkerkant het gebouw de Waag zien.

3. De Waag

De Waag

De Waag

Bij de Waag zetten de Pilgrims in 1609 voor het eerst voet aan wal na hun tocht uit Amsterdam. De Waag was het eindpunt van veerdiensten tussen Leiden, Haarlem en Amsterdam.

.

Op dit punt, waar de Mare, en de twee armen van de Rijn (de oude Rijn en de Nieuwe Rijn) samenkomen, ontstond in de 11een 12eeeuw een bloeiende handel. Een deel van de rivier de Mare is in 1953 gedempt.

Er ontstond hier een marktplaats: het begin van de stad Leiden.

Rechts ziet u de Visbrug, links de St Jansbrug. Samen met de tussengelegen Hoogstraat was dit in de 12een 13eeeuw de enige vaste oeververbinding over de Rijn tussen Utrecht en de zee. De brug was daarom van groot belang voor het verkeer over het land. Dit knooppunt van verkeerswegen werd gecontroleerd vanuit de Burcht.

Onder de Hoogstraat door lopen nog middeleeuwse werfkelders. In de 17eeeuw werden ze verlengd en kwamen direct aan het water te liggen. De Hoogstraat werd daardoor twee keer zo breed en bood plaats aan de markt voor zeevis (let op de naam van de straat:Aalmarkt).

De huidige Waag is in 1657 gebouwd ter vervanging van een houten Waag. Voor het gebouw ligt het ‘Waaghoofd’: de kade waar de schepen werden gelost met een hijskraan.  Handelaren waren verplicht om hun goederen hier te laten wegen omdat er belasting over moest worden betaald.

Op 3 oktober wordt hier haring en wittebrood uitgedeeld, ter herinnering aan het ontzet van Leiden in 1574.

We gaan naar links de Mandemakersteeg in en komen uit op de Breestraat. De Breestraat is al sinds 1200 het centrum van de stad. Op de Breestraat lopen we naar rechts tot aan de Walloonse kerk op nummer 62.

4. Walloonse Kerk

Walloonse Kerk

De Walloonse Kerk

De huidige Franse kerk was oorspronkelijk de kapel van het St. Catherina Gasthuis (Chapel of the St. Catherine’s hospital). Het Sint-Catharinagasthuis dateert van vóór 1275 en was een middeleeuws opvanghuis voor armen en daklozen van de stad. Na de middeleeuwen werd het een verpleeg- en ziekenhuis voor de armen. Het werd in de 19eeeuw verbouwd tot de Stadsgehoorzaal.

Myles Standish, de militaire leider van de Pilgrims, zou als gewonde soldaat in dit ziekenhuis gelegen hebben in 1601. Hij was opvarende op de Mayflower in 1620 en de eerste die voet aan wal zette in de Nieuwe Wereld.

wiel van St Catharina

Het wiel van St Catharina

Boven de deur ziet u het wiel van St Catharina, een martelwerktuig.

Sinds 1635 is het gebouw van de Waalse Kerk. Na de bevrijding van de Spaanse overheersing in 1574 vluchtten veel protestanten (hugenoten) uit het Franstalige Wallonië, dat nog onder Spaanse heerschappij was. In de 17eeeuw groeide de kerk door toename van het aantal vervolgde hugenoten uit Frankrijk. Rond 1700 had de kerk 5000 leden.

We steken de Breestraat over en lopen terug tot we rechtsaf de Diefsteeg ingaan. We nemen vervolgens de eerste straat naar links, de Langebrug.

5. Langebrug 45

Langebrug 45

Langebrug 45

Hier op de hoek, op Langebrug 45 woonden de broers John Quincy en Charles Adams tijdens hun studie in Leiden. Ze zijn afstammelingen van de Pilgrims en zonen van John Adams. John Quincy Adams was van 1825 tot 1829 de zesde president van Amerika, en sprak Nederlands. Zijn vader John Adams, was de tweede president van Amerika en verbleef zelf ook een paar keer in dit huis.

We lopen over de Langebrug en nemen de tweede straat rechts, de Pieterskerk Choorsteeg.

Stop bij de William Brewstersteeg aan de rechterkant.

6. William Brewstersteeg

william brewersteeg

William Brewersteeg

U ziet een poort met een bronzen gedenkplaat bij de ingang naar de William Brewstersteeg. Brewster woonde met zijn gezin in deze steeg, die toen nog Stinksteeg heette. Zijn  huis, het laatste aan de rechterkant, is grotendeels verdwenen. U kunt de eindmuur nog herkennen aan de verschillende soorten bakstenen.

William Brewster richtte hier met zijn financiële partner Thomas Brewer een drukkerij op. Samen met Edward Winslow, een drukker die in London was opgeleid, drukten zij hier geschriften die door de Kerk in Engeland verboden waren. De geschriften gingen in het geheim in wijnvaten met dubbele bodems naar Engeland, waar ze overal werden verspreid.

Met het pamflet “The Perth Assembly’ haalden ze zich in 1619 de woede van de Engelse koning Jacobus I op de hals.

De Engelse ambassadeur liet een inval doen in de drukkerij. De drukpers en de geschriften werden in beslaggenomen.

 Brewster wist te ontsnappen en zich verborgen te houden tot het vertrek van de Mayflower in 1620. Brewster, zijn vrouw Mary, hun zonen Jonathan, Love en Wrestling en hun dochters Patience en Fear bereikten allemaal Plymouth.

Thomas Brewer werd gearresteerd en een aantal dagen gevangen genomen in de gevangenis van het stadhuis. Uiteidenlijk werd hij uitgeleverd aan Engeland. Hij kreeg veertien jaar gevangenisstraf.

Brewster gaf in dit huis Engelse les aan studenten van de universiteit..

Edward Winslow werd de derde gouverneur van de Plymouth kolonie in 1633.

Wij lopen de Pieterskerk Choorsteeg uit en komen op een plein, het Pieterskerkhof. Voor u ziet u de Pieterskerk.

7. Pieterskerkhof en de Statenbijbel

De Statenbijbel

Het Pieterskerkhof werd een begraafplaats, toen in het jaar 1635 de pestepidemie uitbrak.

In die tijd werd de laatste hand gelegd aan de vertaling van de Bijbel vanuit het Grieks en Hebreeuws naar het Nederlands: de Statenbijbel. Het wordt als een wonder gezien dat niemand van de vertalers aan de pest is overleden. De opdracht voor de vertaling was gegeven door de Staten-Generaal op de synode van Dordrecht in 1618.

Dominee Bogerman, dominee Walens en anderen werkten in Leiden mee aan de vertaling vanuit het Hebreeuws en Grieks.

De Statenbijbel heeft een grote invloed gehad op de Nederlandse taal. Tot op heden wordt deze Statenbijbel als de standaardvertaling gelezen in protestantse kerken.

De drukker Pauwels Aertsz van Ravesteyn mocht de Bijbel drukken, enj moest daarvoor van Amsterdam naar Leiden verhuizen. Er volgde toen eerst nog zo’n felle winter dat het onmogelijk bleek met de drukpers te werken.

Op 17 sept. 1637 was de vertaling na bijna twintig jaar klaar.

Lokhorstkerk

De Lokhorstkerk

We nemen de eerste straat rechts, de Pieterskerkstraat.

We passeren links de Lokhorstkerk, een schuilkerk uit de 17eeeuw, die oorspronkelijk verscholen lag achter hoge huizen.

We nemen de eerste straat links en lopen door tot Lokhorstraat 16, de Latijnse School.

8. Latijnse school

Latijnse school

De Latijnse School

Dit gebouw met mooie trapgevels was de Latijnse School. In de tijd van de Pilgrims was Rembrandt van Rijn (geboren op 15 juli 1606) nog een jongen, die naar deze school ging.

Op een schilderij “De lezende vrouw” (te zien in het Rijksmuseum) is de moeder van Rembrandt van Rijn – die vaak model was voor schilderijen –  te zien. Ze leest Lukas 19 uit een bijbel. Men denkt tegenwoordig dat dit schilderij rond 1630-1632 niet door Rembrandt, maar door Gerard Dou, een leerling van Rembrandt van Rijn, geschilderd is.  

We komen uit op een plein, het Gerecht. In de hoek linksachter ziet u een gebouw uit de 12eeeuw, het Gravensteen.

9. Gravensteen

Het Gravensteen en de Burcht zijn de twee oudste versterkingen van de stad uit de 12e eeuw. Het waren in diet tijd de enige stenen bouwwerken in de wijde omgeving. Tot 1266 was Gravensteen het bestuurscentrum van de graven van Holland, en was het voor hen een vluchttoren.  

Sinds de middeleeuwen was het de grafelijke en stedelijke gevangenis. Mensen werden hier opgesloten in afwachting van hun vonnis.  Vóór de Reformatie werden hier de mennonieten gedood om hun geloof.

Het gebouw aan deze kant dateert uit 1655. Aan de kant van de Pieterskerk staat het oudste deel, uit 1200.

 

We lopen terug naar het Pieterskerkhof door de Muskadesteeg.

10. De Pieterskerk

De Pieterskerk is de oudste en belangrijkste kerk van Leiden, en gebouwd tussen 1390 en 1565.  Leiden dankt haar naam sleutelstad aan de Pieterskerk. Petrus, die met zijn twee sleutels de hemelpoort zou bewaken, was de schutspatroon van deze kerk en daarmee de beschermheilige van Leiden. Dit komt uit de tijd dat de staatskerk rooms-katholiek was. De twee sleutels komen terug in het wapen van de stad.

In 1572 werd de kerk Hervormd. Sinds 1574 (het jaar van het Ontzet van Leiden) worden er dankdiensten gehouden in de Pieterskerk

De Pieterskerk

De Pieterskerk

Tegenwoordig worden er concerten, evenementen en ook de jaarlijkse American Thanksgiving Service gehouden. Studenten maken er examens.

Er wordt beweerd dat de Pilgrims geïnspireerd zijn voor de viering van Thanksgiving Day door de dankdiensten en de viering met haring en wittebrood op 3 oktober, die ze in Leiden hadden meegemaakt.

Het orgel in de kerk (voltooid rond 1638) bevat pijpen van het vroegere 16eeeuwse orgel. De preekstoel dateert uit 1532. 

In een hoek die de voormalige doopkapel was, bevindt zich een tentoonstelling over de Pilgrims. Er hangt een bronzen gevelsteen voor John Robinson, de dominee van de Pilgrims.

 

We lopen om de Pieterskerk heen tot aan de gedenksteen links op de muur.

11. Gedenksteen op de muur van de Pieterskerk

In de buitengevel herinnert een bronzen  memorietafel die in 1891 werd ingemetseld, aan het verblijf van dominee Robinson en de Pilgrims.

Links hiervan hangt een andere gedenksteen. We zien de namen van John Robinson en de vele Pilgrims die in de kerk of op de begraafplaats (onder het Pieterskerkhof) zijn begraven. Opvallend is de hoge kindersterfte. Cushman, Fuller en Brewer verloren hun vrouw en kind binnen een paar dagen. Misschien stierven deze vrouwen in het kraambed.

 

We steken over naar het Jan Pesijnhofje.

12. Jan Pesijnhof

jan pesijn 1

Ingang Jan Pesijnhof

Op 27 januari 1611 kochten John Robinson, Henry Wood, William Jepson en Jane White een huis aan de Kloksteeg, waarachter een open terrein lag, de ‘Groene Poort” genoemd. Hij bouwde hier 21 huisjes, die bewoond werden door de armste gezinnen van de Pilgrims. Algauw werd deze poort door de Leidenaren de ‘Engelse Poort” genoemd.

jan pesijn 2

Uitzicht op het hof

Onder hen bevonden zich ook enkele niet-leden van de gemeente van John Robinson, zoals Philippe de Lannoy, een Waalse voorvader van president Franklin Delano Roosevelt (Delano= de Lannoy).

Ook Thomas Blossom en zijn vrouw woonden hier. Zij waren de voorouders van de presidenten George Bush (sr. en jr.) en Baraak Obama. John Robinson woonde hier tot zijn dood in 1625 en werd daarna begraven in een onbekend graf in de Pieterskerk.

In 1683 is het terrein gekocht door Marie de Lannoy en Jean Pesijn. Na het overlijden van hun enige dochter, tijdens een pestepidemie in 1655, bepaalden zij dat na hun dood een hofje gebouwd moest worden voor leden van de Waalse gemeente. De bestaande bebouwing werd gesloopt, en er werden 12 huisjes gebouwd naar ontwerp van architect Barend Spijker, het Jean Pesijnhof. Het getal 12 zou duiden op de 12 discipelen van Jezus Christus.

Veel Amerikanen zijn er trots op af te stammen van een Pilgrim.

Marie de Lannoy en Jean Pesijn hadden echter maar één dochter, die op achttienjarige leeftijd kinderloos stierf. De stichters van het hofje hebben dus geen nageslacht, hoewel er Amerikanen zijn die menen van hen af te stammen.

Het hofje is nog steeds bewoond. Houdt tijdens het bezoek rekening met de privacy en de rust van de bewoners.

13. Kloksteeg

Kloksteeg

Het witte huis

Op 17 juni 1617 kocht Thomas Brewer het ‘Groene Huys’ (nummer 17) vlak naast de Engelse Poort. Brewer was ingeschreven aan de universiteit.

Het witte huis op de hoek bij de Kloksteeg behoorde in de tijd van de Pilgrims aan Anthony Clements. Twee kleine ramen onderaan rechts zijn de keuken waar Alice Rogers (weduwe van Mayflower passagier Thomas Rogers) met haar kinderen woonde tot ze naar Nieuw Engeland emigreerden. Het huis is het enige in takt gebleven Pilgrim huis.

We lopen de Kloksteeg uit en komen op het Rapenburg.

Het Rapenburg was tot 1389 een vestegracht. In 1360 wordt de naam voor het eerst genoemd. In de 17een 18eeeuw wordt het de mooiste straat van Europa genoemd.

We zien rechts op de hoek Kloksteeg/Rapenburg een wit gebouw, nu café Barrera.

14. The English Bookstore

In dit huis hadden Thomas en Govert Basson in de 17e eeuw hun Engelse boekwinkel en drukkerij. Met hun drukpers  hebben ze ook enkele werken van William Brewster gedrukt.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit een ontmoetingsplaats voor studenten die actief waren in het verzet.

We zijn nu op het Rapenburg, en gaan de Nonnenbrug over.  Op Rapenburg 73 is het Academiegebouw van de universiteit van Leiden

15. De universiteit van Leiden en de Hortus botanicus

De universiteit is in 1575 gesticht en is daarmee de oudste universiteit van Nederland. De universiteit werd door prins Willem van Oranje aan Leiden geschonken. Het gebouw was het voormalige witte nonnenklooster uit 1516.

academie gebouw

Het Academiegebouw

Vanaf het Academiegebouw lopen al meer dan vier eeuwen elk jaar de hoogleraren over de Nonnenbrug, via de Kloksteeg naar de Pieterskerk, bij de opening van het academisch jaar en bij de viering van de dies natalis (‘geboortedag’) van de universiteit op 8 februari.

Theologische en politieke twisten

In de tijd van de Pilgrims gaf de remonstrantse hoogleraar Simon Episcopius les.

In 1603 werd Arminius hoogleraar theologie in Leiden. Hij kwam vrijwel direct in conflict met hoogleraar Fransiscus Gomarus. Het religieuze meningsverschil groeide uit tot een politieke strijd, waarbij het ging om de relatie tussen kerk en overheid.

John Robinson voerde met hem theologische debatten in de kamer naast de ingang (nu een garderobe). John verdedigde het standpunt van Gomarus (leer van de Goddelijke uitverkiezing) maar luisterde ook naar Jacobus Arminius (leer van de vrije keuze van het geloof).

Johan van Oldenbarnevelt die na de moord op Willem van Oranje in 1584 aangesteld was als landsadvocaat (in feite plaatsvervangend politiek leider was) meende dat er binnen de kerk ruimte moest zijn voor beide opvattingen. De 20 jaar jongere prins Maurits vond dat de vaderlandse kerk calvinistisch behoorde te zijn. Maurits was door zijn oom Jan van Nassau calvinistisch opgevoed in het teken van het in die tijd geldende principe ‘Cuius regio, eius religio’ (de bestuurder bepaalt de godsdienst van het land). De kerk was in die tijd geen onafhankelijk instituut. De drang van Oldenbarnevelt naar een bondgenootschap met het katholieke Frankrijk en een wapenstilstand met het katholieke Spanje werd vol wantrouwen bekeken.

Om het theologisch conflict te stoppen werden Arminius en Gomarus opgeroepen voor het Hof van Holland en de Staten van Holland te verschijnen. Dat loste niets op. In 1609 belegden de Staten van Holland (‘de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’) een nieuwe zitting om de theologen bij elkaar te krijgen. Jacobus Arminius moest deze zitting wegens ziekte verlaten, hij stierf in Leiden in oktober van dat jaar en werd in de Pieterskerk begraven.

In 1617-1618 escaleerde deze theologische en politieke strijd in een machtsgreep van de militaire machthebber, prins Maurits, die de calvinisten steunde. Zijn politieke tegenstander, Johan van Oldenbarnevelt, werd onthoofd. Gematigde stadsbestuurders werden vervangen, ook in Leiden.

In 1618 gingen de Staten van Holland akkoord met een synode. De Synode van Dordrecht besloot dat de leer van Gomarus de leer van de Gereformeerde Kerk was. De Dordtse leerregels vormden sindsdien een belijdenisgeschrift van de Nederlandse Kerk.

De Hortus botanicus is de oudste hortus van Nederland.

De eerste tulpen groeiden hier. De tulp komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Turkije en Perzië. Het woord tulp is een verbastering van tuliban, tulband. Botanicus Clusius kreeg de eerste bolletjes van de Oostenrijkse ambassadeur.

Tuin van de Hortus botanicus

Direct rechts na de ingangspoort naar de Hortus botanicus staat een goudenregen, die door Clusius in 1601 geplant is. De goudenregen komt uit Zuid- en Midden-Europa. Er kwamen meer planten uit verre streken, zoals de tomaat en aardappel, afkomstig uit Amerika.

Samuel Fuller, die in de kolonie in Plymouth als arts actief was, kon in deze tuin de nieuwste kennis over geneeskrachtige werkingen van planten leren. De Pilgrims namen een exemplaar van Het Cruidenboeck van Rembert Dodoens, botanicus aan de universiteit, mee naar Amerika.

We lopen door de poort over de Hortus botanicus, gaan linksaf door de poort en gaan nogmaals linksaf door de Nonnensteeg terug.

Duboissteeg

Ingang naar de Duboissteeg

Een aantal Pilgrims woonden in de Nonnensteeg, onder andere John Keble en Alexander Price. Rechts om de hoek ziet u een portaal met een deur tussen twee huizen. Hier was vroeger de ingang naar de Duboissteeg. Hierachter in een wirwar van steegjes woonden enkele Pilgrims, zoals Robert Cushman.

We gaan terug over de Nonnenbrug en rechtsaf  over het Rapenburg. Op Rapenburg 70 is de Universiteitsbibliotheek.

16. Begijnhofkapel en Universiteitsbibliotheek

De universiteitsbibliotheek was aanvankelijk in het Academiegebouw ondergebracht.

Het eerste boek van de bibliotheek was de Polyglot Bijbel gedrukt door Christoffel Plantijn en geschonken door Prins Willem van Oranje aan de bibliotheek in 1575.

In 1591 verhuisde de bibliotheek naar de bovenste verdieping van de Sint Agneskapel van het Faliede Begijnhof. De universitaire schermschool kreeg ook een onderkomen in de kapel.

Een falie was in de middeleeuwen een soort regenmantel die vrouwen om zich heen sloegen. De begijnen (ongetrouwde vrouwen van een r.k. gemeenschap) droegen dit soort jassen, vandaar de naam Faliede Begijnhof.

Het gevelteken

Het gevelteken met opschrift “Condita MDLXXXVII”

Het huidige gebouw op Rapenburg 70 is uit 1917.  Het gevelteken tussen de eerste en tweede verdieping in de muur van de universiteitsbibliotheek is nog een overblijfsel van de kapel van de Faliede Begijnhof (Condita MDLXXXVII = gesticht anno1587).

Via de Begijnhofsteeg kunt u  bij de achtertuin van de bibliotheek komen. In 1822 zijn de huisjes van de Begijnhof, die hier vroeger was, gesloopt. Links achterin de tuin ziet u de muur van het Jan Pesijnhofje.

De voormalige Begijnhofkapel werd in de 17eeeuw de Engelse Kerk. Achtergebleven Pilgrims voegden zich toen samen met de Engelse Hervormde Gemeente onder dominee Hugh Goodyear. Vanaf 1618 gebruikten ze op zondagen een kamer op de begane grond. Het was vanaf die tijd namelijk verboden om in het huis van Robinson samen te komen. Deze verordening was het gevolg van ongeregeldheden tussen aanhangers van Arminius (remomstranten) en Gomarus (contra-remonstranten).

Scheepmakerssteeg

De Scheepmakerssteeg

We lopen over het Rapenburg tot nummer 102 Links ziet u de Scheepmakerssteeg.

De bestaande huizen in deze steeg geven nog een goed beeld van de huizen uit de tijd van de Pilgrims.

Als u met uw rug naar de Scheepmakerssteeg staat, ziet u een brug over de Vliet.

 

17. Brug over de Vliet

Aan deze Vliet voeren op 3 oktober 1574 de watergeuzen binnen en werd Leiden ontzet van de Spanjaarden. De Geuzen deelden bij binnenkomst haring en wittebrood uit onder de hongerige bevolking. Een traditie die tot op heden op 3 oktober wordt voortgezet (zie De Waag).

Brug over de vliet

De brug over de Vliet

Op een gedenksteen rechtsonder op de brug staat een gedicht hierover. (‘Men was in groot verdriet, want eten was er niet, ten laetste God nedersiet, en zont over de Vliet, vloot … in Leiden’)

Aan deze zelfde Vliet vertrokken in 1620 de eerste groep Pilgrim Fathers

Twee bruggen verder over deze Vliet is de plaats waar de Pilgrims in 1620 op de boot stapten naar Delfshaven. Er staat hier een monument en een steen met de namen van alle Pilgrims die daar zijn vertrokken.

We lopen door tot nummer 112.

18. Gedenkplaat Jean Luzac

Op Rapenburg 112 staat het 18e eeuwse huis van Jean Luzac, uitgever van de Franstalige krant Gazette van Leyde, en vriend van Pilgrimafstammeling John Adams, de tweede Amerikaanse president.  De krant werd in geheel Europa gelezen. Luzac publiceerde nieuws over Amerika, zoals de “Declaration of Independence ‘en de ‘Massachusetts constitution’.

Gedenkplaat Jean Luzac

Het oorspronkelijke papier van tweehonderd van de allereerste drukken van de Declaration of Independence werd gemaakt in één van de molens in de Zaanstreek.

Niet alleen John Adams bezocht het huis van Luzac maar in 1784 kwam ook Elkanah Watson als één van de eerste afstammelingen van de Pilgrims naar Leiden, op zoek naar herinneringen uit de Pilgrimstijd.

Let u op Rapenburg 116. Hier woonde koning Willem-Alexander op de eerste verdieping tijdens zijn studie. Op de benedenverdieping woonden bodyguards. Zijn moeder prinses Beatrix woonde in haar studententijd op Rapenburg 45.

Voor de korte route:  we lopen vanaf Rapenburg 116 alsmaar rechtdoor naar de Lodewijkkerk op Steenschuur 19. Ga naar nummer 22.

Voor de lange route: we gaan rechtsaf de brug over, en gaan rechtsaf over de andere kant van het Rapenburg. We steken vervolgens over de brug bij de Vliet en gaan naar links. We lopen door tot Vliet 9. Ga naar nummer 19.

19. Vliet 9

Zachariah Barrow

Vliet 9

Dit huis is een mooi voorbeeld van een huis uit de 17eeeuw. Niet alle Pilgrims vertrokken naar de Nieuwe Wereld. Zachariah Barrow was een lintwever, en woonde enige tijd aan de Vliet, waarschijnlijk in zo’n soort huis.

Zachariahs dochters Margaret en Josephine trouwden met Roger Wilkins en John Fletcher John Fletcher heeft afstammelingen in Nederland.

We lopen door tot het monument bij de tweede brug.

Deze Vlietbrug was oorspronkelijk een waterpoort in de stadswal uit 1389, genaamd Vlietgat.

20. Monument aan de vliet

Vanaf deze plek bij de Vliet vertrokken de Pilgrims in 1620 naar Delfshaven. Ze stapten daar over op de Speedwell, die hen naar Plymouth zou brengen.

moment aan de vliet

Monument aan de vliet

In 2003 werd dit kunstwerk van Gert van der Woude geplaatst. Het drukt de onzekere stap uit, die de Pilgrims maakten door naar de Nieuwe Wereld te vertrekken.

De namen in het voetstuk zijn van de Pilgrims die vanuit Leiden tussen 1620 en 1647 de overtocht waagden.

Na een hartverscheurend afscheid was dit het slot van de afscheidsrede van John Robinson:

“my daily incessant prayers unto the Lord, that He who hath made the heavens and the earth, the sea and all rivers of water, and whose providence is over all His works, especially over all His dear children for good, would so guide and guard you in your ways, as inwardly by His Spirit, so outwardly by the hand of His power, as that both you and we also, for and with you, may have after matter of praising His name all the days of your and our lives. Fare you well in Him in whom you trust, and in whom I rest.

An unfeigned wellwiller of your happy success in this hopeful voyage,”

Om de hoek, op Boisotkade 2A  vindt u het gebouw van Erfgoed Leiden.

21. Erfgoed Leiden en omstreken

Erfgoed Leiden en Omstreken (het gemeentearchief) beheert circa 10 km originele documenten. Koopcontracten, trouw- en begrafenisboeken geven soms verrassende informatie over het leven van de Pilgrims, Veel documenten zijn digitaal beschikbaar.

We lopen dezelfde route terug langs de Vliet en langs het Rapenburg. We steken de Doezastraat over en wandelen door het Van der Werffpark. Uit het park gekomen, gaan we over de brug naar links. We lopen naar links tot Steenschuur 19.

22. Lodewijkkerk

Lodewijkkerk

De Lodewijkkerk

De verschillende soorten lakens die in Leiden werden geproduceerd, hadden elk een eigen lakenhal, waarin staalmeesters de stoffen controleerden. In de hallen werden de lakens klaargemaakt voor de handel. Deze kapel deed in de 17eeeuw dienst als saaihal. Saai was een soort wol, maar van mindere kwaliteit dan laken. Wiliam Bradford behoorde tot het gilde dat hier de kwaliteit van de stof keurde.

De Pilgrims, die in de lakenindustrie werkzaam waren, hebben deze plek goed gekend.  Ook kinderen boven de acht jaar werkten zes dagen per week in de Leidse lakenfabriekjes.

De wol werd met huid en al (plootwol) naar Leiden aangevoerd per schip. Daarna werden de huiden in de grachten gewassen en tot lakens bewerkt. Dit vollen was zwaar en vies werk. Urenlang moesten vollers met blote voeten stampen op de lakens in kommen met water, urine en klei om het weefsel mooier en steviger te maken.

Het zware werk, waar met name de oudere Pilgrims  en de kinderen onder gebukt gingen, was één van de aanleidingen om naar de Nieuwe Wereld te emigreren.

De toren van deze huidige Lodewijkkerk stamt uit 1594.

We lopen terug (korte route)/ verder (lange route) over de Steenschuur, en slaan dan rechtsaf naar de Langebrug.

23. Langebrug

De Langebrug heette in de 17eeeuw de Voldersgracht. Een voller had als werk om het wollen weefsel te laten vollen (vervilten). De naam Langebrug heeft te maken met de vele bruggen die over de gracht waren. De gracht was in de tijd van de Pilgrims een open riool. In de 17eeeuw werd hij stukje bij stukje van stenen gewelven voorzien (‘overkluisd’). Aan het eind van de eeuw was er geen open water meer te zien.

 In 1956 is de gracht gedempt.

Ergens in de buurt van de Langebrug woonde James Chilton, de oudste opvarende van de Mayflower. In 1619, toen hij 63 jaar oud was, werd hij een keer omsingeld door zo’n 20 jongens die met stenen gooiden, omdat ze dachten dat hij Arminianen (remonstranten) in zijn huis liet samenkomen.

Let op het huis op nummer 91 waar de schilder Jan Steen heeft gewoond.

Op nummer 59 is de Young Rembrandt Studio. Rembrandt ging na de Latijnse School in de leer bij Jacob van Swanenburgh, die hier zijn atelier hield. Hij leerde Rembrandt van Rijn in zijn begin jaren (1606-1630) schilderen, tekenen en etsen.

achteringang-penshal

Achteringang Penshal

Naast Langebrug 22 ziet u de achteringang van de Penshal.

We gaan naar rechts door de Pieterskerk Choorsteeg terug naar de Breestraat. Let op de poort rechts, de vooringang van de Penshal.

24. Penshal

Penshal

Portaal Penshal

U ziet de poort van de Penshal, een voormalige markt voor goedkoop vlees en gevogelte. De markt liep door naar de Langebrug.

Aan de overkant ziet u het stadhuis.

 

25. Stadhuis

De gevel uit 1597 is tijdens een brand in 1929 bewaard gebleven. 

stadhuis

Het stadhuis

Links naast de trappen van het Stadhuis hangt een gevelsteen met  een gedicht van stadssecretaris Jan van Hout over het beleg van Leiden. De steen is bij de Pieterskerk opgegraven, en in 1578 tot gevelsteen bewerkt.

Het aantal letters komt overeen met de 129 dagen dat het beleg duurde. De vergulde, Romeinse cijfers duiden op het jaar van het beleg, 1574.

Verschillende Pilgrims zijn in het Stadhuis getrouwd, onder andere William Bradford. Zij maakten kennis met het burgerlijk huwelijk. Men trouwde voor magistraten in een civiele ceremonie. Dit was ingevoerd, omdat na het ontzet van Leiden bijna de helft van de bevolking niet tot de Staatskerk behoorde. Deze Nederlandse uitvinding voor een scheiding van kerk en staat namen de  Pilgrims over in hun nieuwe kolonie. Het eerste burgerlijk huwelijk was tussen Edward Winslow en Susanne White. 

Voorbij het Stadhuis gaan we linksaf door de Koornbrugsteeg (‘het Trouwstraatje’). We gaan terug over de Koornbrug naar het begin van de route.

U kunt kiezen hoe u de route wilt voortzetten met een bezoek aan:

Het Pilgrimmuseum, Ichthus boekwinkel, Hooglandse Kerk, de Burcht, museum de Lakenhal.

 

Colofon
Tekst door: drs. M. Bouziane-Amesz.
Realisatie:   ing. J.M. Smit.
Copyright 2019 Ichthusboekhandel.nl

Download

Klik hier om de tekst bij de route te downloaden (NL)